China-Iran, deel 2 - De blunderaar Trump en de wijze Xi Jinping / Argus
De blunderaar Trump en de wijze Xi Jinping
Xi Jinping stond niet te juichen toen Iran werd aangevallen door de VS en Israël. Al snel bleek dat ook China te lijden had van de gevolgen. Maar de voordelen wegen daar ruim tegenop. Het zigzaggende geblunder van Trump heeft het aanzien van Xi sterk vergroot. Wat China betreft mag de vrede dan ook nog wel even op zich laten wachten.
JAN VAN DER PUTTEN
Xi Jinping moet niets van moslims hebben, vraag maar aan de Oeigoeren. Dat staat China’s relaties met de streng-islamitische dictatuur van Iran niet in de weg. De Chinese Volksrepubliek is verreweg de grootste van de handelspartners en investeerders die Iran nog heeft. Iin China’s Nieuwe Zijderoute neemt Iran een strategische positie in. Het is sinds 2023 lid van de door China gedomineerde Shanghai Cooperation Organisation, waarin tien landen samenwerken op het gebied van economie, politiek en veiligheid.
China verzette zich tegen ‘een oorlog die nooit begonnen had mogen worden’. Samen met zijn cliëntstaat Pakistan wierp het zich op als bemiddelaar. Na de sluiting van het Kanaal van Hormuz stelden ze een plan op voor een wapenstilstand en een heropening van de Straat. Chinese diplomaten drongen er bij Iran discreet op aan om onderhandelingen te beginnen. Hetgeen geschiedde.
Iran eiste stopzetting van de vijandelijkheden, terugtrekking van de Amerikaanse strijdkrachten uit de Golfstaten en herstelbetaling voor de aangerichte verwoestingen. Die voorwaarden stonden dwars op de door Trump geëiste ONVOORWAARDELIJKE OVERGAVE. Aanvaarding zou voor Trump neerkomen op de erkenning dat hij behalve de oorlog ook zijn gezicht had verloren.
De Amerikaanse president en de Israëlische premier hebben de Iran-oorlog inderdaad verloren door hem niet te winnen. Hun belangrijkste doelen hebben ze niet bereikt: de totale vernietiging van het Iraanse atoom- en raketprogramma en regime change. Van de voorspelde nationale opstand is evenmin iets terecht gekomen. De hevige bombardementen en de moord op opper-ayatollah Ali Khamenei en veel leden van de bestuurslaag direct onder hem, hebben het regime niet uitgeschakeld. Een groepje ultra’s heeft de macht overgenomen: de politieke leiders van het Korps Islamitische Revolutionaire Garde.
Deze fundamentalisten hebben keihard teruggeslagen. Eerst met bombardementen en drone-aanvallen op Israël en Amerikaanse militaire bases en olie- en gasinstallaties in de pro-Amerikaanse Golfstaten. En daarna door munt te slaan uit de geografie. De blokkering van de Straat van Hormuz heeft de economie wereldwijd ontwricht. Washington noch Jeruzalem had die verlammende zet in het geheel niet voorzien.
Vooralsnog heeft Teheran strategisch aan het langste eind getrokken. Na een wapenstilstand bleef de vrede uit zicht. Trump wisselde dreigementen over de totale verwoesting van Iran af met bombastische aankondigingen over nieuwe onderhandelingen. Nu eens predikte hij hel en verdoemenis, dan weer verschoof hij deadlines en aanvalsplannen. Dit gezigzag heeft een gezichtsreddende uitweg uit de patstelling niet naderbij gebracht.
Trump zal nooit hardop zeggen dat de impasse neerkomt op een kolossaal Amerikaans-Israëlisch fiasco. Hij blijft heen en weer schommelen: eergisteren zei hij dat de oorlog geen haast had, gisteren dreigde hij Iran weg te vagen, vandaag beweert hij dat de onderhandelingen prima verlopen, en morgen roept hij weer wat anders. Dit alles tot woede van de oorlogsfanaticus Netanyahu en zijn Amerikaanse soortgenoten, die de man in het Witte Huis bezweren ‘het karwei af te maken’. Intussen is Trump, nooit moe van het aanrichten van onheil, alweer bezig met een ander onzalig plan: de onderwerping van Cuba.
De oorlog komt de Amerikanen duur te staan. Energie is ook in de VS peperduur geworden, Amerika’s internationale reputatie is nog verder gekelderd, bondgenoten voelen zich verraden of geschoffeerd, de oorlogskosten rijzen de pan uit, en Amerika heeft zijn kruit bijna verschoten – letterlijk, want de voorraad hightech-raketten is bijna op. Twee van de drie Amerikanen moeten niets hebben van de Iran-oorlog. De populariteit van Trump is gezakt tot een een historisch dieptepunt. Als die trend zich doorzet, is Trump niet te beroerd om de midterm-verkiezingen van november te annuleren.
En China? Wat zijn de gevolgen van de Iran-oorlog voor de Volksrepubliek? China was een van de weinige landen die zich hadden voorbereid op een energiecrisis. Het heeft ruime strategische oliereserves en een brede variatie aan leveranciers, Rusland voorop. Het heeft ook de grootste steenkoolvoorraden van de wereld en het heeft zijn afhankelijkheid van fossiele energiebronnen spectaculair verkleind. Het olieverbruik is verder verminderd door de snelle opmars van de elektrische auto. En China is wereldleider op het gebied van groene energie.
Maar het was onvermijdelijk dat ook China te maken kreeg met de fall-out van de Iran-crisis. Geen enkel land importeert immers zo veel ruwe olie en vloeibaar gas als China. Vorig jaar passeerde ongeveer de helft van alle ingevoerde olie en een kwart van alle geïmporteerde LNG de Straat van Hormuz. Iran laat sommige Chinese tankers en vrachtschepen door, en een klein deel van wat voorheen over zee werd vervoerd, gaat tegenwoordig over het spoor. Maar dat zijn niet meer dan oliedruppels op een gloeiende plaat.
Benzine is een stuk duurder geworden, het aanbod van helium, kunstmest en pesticiden is sterk verminderd, de plastic-industrie is in crisis, productieprocessen zijn verstoord, de prijzen gaan omhoog en de koopkracht daalt, toeleveringsketens zijn gebroken, lucratieve afzetmarkten in de Golfstaten zijn niet meer bereikbaar. Chinese investeringen in die regio zijn door Iraanse raketten geraakt. Daar komt bij dat de vraag naar Chinese producten ook in de grootste afzetmarkten inzakte.
En toch heeft de Iran-oorlog China ook profijt opgeleverd. Daaronder zijn voordelen die op den duur ruim opwegen tegen de nadelen. De zwaar getroffen landen van Zuidoost-Azië smeken China om geraffineerde olieproducten, en die krijgen ze ook, dankzij de ruime reserve. De Chinese export is ondanks alles sterk toegenomen. Met alle landen van Afrika op één na, Eswatini (het vroegere Swaziland), heeft China een vrijhandelsakkoord gesloten. China zal zich graag nog meer dan voorheen ontfermen over de Afrikaanse grondstoffen en havens.
De oorlog heeft ook de Chinese munt allesbehalve kwaad gedaan: de waarde van de yuan is flink gestegen, en in internationale olietransacties worden in een groeiend aantal landen niet meer petrodollars, maar petroyuans gebruikt. Een andere Chinese oorlogswinst is de groei van de wereldwijde belangstelling voor elektrische auto’s. China heeft die in overvloed, en ze zijn prima en goedkoop.
Maar wat voor China nog veel belangrijker is: het prestige van Xi Jinping is sterk gestegen, vooral in het mondiale zuiden. Hij heeft er niet eens veel voor hoeven te doen. Afgezet tegen de raaskallende imperialist Donald Trump komt Xi Jinping over als een wijze leider die niets moet hebben van oorlog. Tegenover de Amerikaanse egotripper en meestersloper staat de Chinese bouwer aan de toekomst. Naarmate het internationale vertrouwen in de VS afneemt, groeit het krediet van China.
Met zijn onzinnige Iran-avontuur heeft Trump niet alleen de wereld, maar ook zichzelf een slechte dienst bewezen. Tijdens zijn laatste ontmoeting met Xi Jinping smeekte hij de Chinese leider om bij de Iraniërs te bemiddelen. Xi weigerde. Misschien komt het hem wel goed uit als de vrede nog een tijd uitblijft. Want daardoor zal Trump het laatste restant van zijn prestige verliezen, en wie zal daar de vruchten van plukken? Precies.
donderdag 04 juni 2026
