Overmatig eten en drinken op staatskosten: de Chinese partijbazen waren daar meesters in. Xi Jinping probeert hun excessen met strenge maatregelen te beteugelen. In de huidige economische malaise zijn communistische flierefluiters immers heel schadelijk voor het imago van de Partij.
Lege restaurants
Luxe restaurants in China zien hun omzet tuimelen, vele moeten zelfs hun deuren sluiten. De oorzaak: een acuut gebrek aan eters. Vaak komt dat omdat hun klanten het wegens geldgebrek laten afweten. Maar ook veel vaste gasten zijn afgehaakt. Het waren partij- en regeringsfunctionarissen, die zich op kosten van de Partij of de regering de buik volvraten of zich het leplazarus dronken. Wanneer ze hun heimwee naar die gratis overdaad niet kunnen weerstaan, dan riskeren ze een berisping, een boete, ontslag of arrestatie. Want op hoog bevel is de campagne voor versobering flink aangescherpt.
Banket met baijiu
In het post maoïstische China lieten partijbazen en hoge ambtenaren hun privé-uitgaven graag betalen door de Partij of de staat. En even graag nodigden ze zakenlieden – of andere gasten van wie ze iets wilden – uit voor een maaltijd die hun vriendschap moest beklinken, voor rekening van de belastingbetaler. Het maal vond vaak plaats in een aparte ruimte met een grote ronde tafel. Functie en rang bepaalden de tafelschikking. Lekkernij na lekkernij werd uitgeserveerd door obers die de heilzame werking van elk gerecht toelichtten. Het gargantueske banket werd rijkelijk besproeid met baijiu (‘wit gedistilleerd’), China’s traditionele sterke drank en de meest verkochte likeur van de wereld. De beste baijiu is van het peperdure merk Maotai (alcoholgehalte minimaal 53 procent). Maotai was dan ook buitengewoon geschikt als omkoopgeschenk.
Tijdens de maaltijd stonden de aanzittende gastheren de een na de ander op om met iedereen individueel het glas te heffen, natuurlijk in hiërarchische volgorde. Een tweede rondje volgde, soms zelfs een derde. Elke keer zeiden ze ganbei, het Chinese proostwoord dat ‘glas droog’ betekent. Als je dat letterlijk nam, duurde het niet lang of het vuurwater deed zijn werk, waarna voor de Chinese gastheer het ideale moment aanbrak om met zijn benevelde gasten zaken te doen. Gastheren lieten zich in het pimpelen niet graag verslaan: er zijn gevallen bekend van partijbazen die zich in één dag letterlijk doodzopen.
In baijiu badend banket
Sinds China onder Deng Xiaoping in de greep kwam van de geldeconomie, was het vrijwel ondenkbaar zaken te doen zonder een overdadig, in baijiu badend banket. Die verkwisting ging hand in hand met de steeds grotere corruptie en een steeds groter vertoon van rijkdom. Hooggeplaatsten hielden er minstens één maîtresse op na. De nouveaux riches waren niet alleen partijbazen en topmilitairen, maar ook mindere goden en bobo’s op allerlei gebied, van het onderwijs tot de economie, van de zorg tot de sport. Wie ook maar een beetje macht had en zich niet verrijkte, had aan zijn vrouw iets uit te leggen.
Xi’s strijd tege tijgers en vliegen
Af en toe waren er anticorruptiecampagnes, maar die waren na een paar maanden weer voorbij, en dan was het weer corruptie as usual. Totdat eind 2012 Xi Jinping aantrad als partijleider. Direct bond hij de strijd aan tegen de corruptie. Die oorlog is een forever war geworden, waarin zowel ‘tijgers’ (hooggeplaatste functionarissen) als ‘vliegen’ (obscure apparatsjiks) voor de bijl zijn gegaan, net als steenrijke CEO’s en andere zakenlieden. Hun aantal groeit voortdurend. Vorig jaar waren het er ruim een miljoen. Kort geleden heeft Xi gezegd dat corruptie nog altijd de grootste gesel is van de Partij en zelfs nog toeneemt. Alle reden dus om de jacht op smeergeldontvangers, afpersers en andere geldboeven onvermoeibaar voort te zetten.
Xi draait de kraan verder dicht
Waarom is Xi destijds deze campagne begonnen? Omdat de Partij aan haar eigen corruptie ten onder dreigde te gaan. Omdat Xi politiek was gevormd door de ontberingen die hij als puber en jongeman in een doodarm boerendorp leed tijdens de Culturele Revolutie. Om zich populair te maken, want de Chinezen hadden hun buik vol van de corruptie van degenen die boven hen waren gesteld. En om zich, onder het mom van corruptiebestrijding, te ontdoen van rivalen, echt of vermeend, en daardoor zelf nog meer macht te verzamelen.
Xi knoopte er een strijd voor versobering van de bureaucraten aan vast. Het moest afgelopen zijn met hun excessen, met de privileges die ze zich toe-eigenden, met hun extravagante banketten. Daardoor liep de consumptie van baijiu in partij- en regeringskringen hard terug. Maar het misbruik was nog lang niet uitgeroeid, en er werd nog geweldig geslempt. Vorig jaar werden de soberheidsregels 225 duizend keer overtreden. Vandaar dat een paar maanden terug gedetailleerde orders gingen gelden die voorschreven waaraan de honderd miljoen partijleden zich moeten houden en vooral wat hun verboden wordt.
Officiële recepties zijn nu alcoholvrij. Exuberante banketten zijn uit den boze, en in sommige steden mag er helemaal niet meer buiten gegeten worden. Baijiu en sigaretten bij het maal, dat uit niet meer dan drie gangen mag bestaan, zijn verboden. Vergaderruimtes mogen niet meer worden opgesierd met bloemen en chique achtergronddecors. Dienstauto’s mogen alleen voor dienstreizen worden gebruikt. Vertrekkende gasten mogen niet meer worden weggebracht naar het vliegveld. Enzovoorts. Sommige ambtenaren durven zelfs geen koffie meer te bestellen. De maatregelen doen de buikomvang slinken, maar zijn een kwelling voor de restauranteigenaars en hun toeleveranciers.
Op een houtje bijten
De aanscherping van de versoberingscampagne heeft veel te maken met de economische malaise die China doormaakt. Veel Chinezen ondervinden de gevolgen aan den lijve. De armen worden armer, de middenklasse van zo’n 400 miljoen mensen kalft af. De lonen gaan omlaag, de consumptie dus ook. De werkloosheid groeit, vooral onder jongeren. Het hoger onderwijs loost jaarlijks miljoenen mensen op de arbeidsmarkt, maar daar is arbeid schaars. Nog nooit is het uitzicht op een baan zo deprimerend geweest. Jongeren die wel werk vinden komen vaak in een moordende concurrentiestrijd terecht waarvan slechts weinigen de winnaar zijn.
Logisch dat steeds meer jongeren niet meer willen meedoen aan de rat race om werk of promotie. Ze gaan passief ‘platliggen’ en werken alleen als het strikt nodig is, ze verhuizen naar het platteland, ze proberen naar het buitenland te ontkomen. De Partij verafschuwt deze sabotage van Xi’s ‘Chinese Droom’ over de herrijzenis en de grandeur van de Chinese natie. Om de saboteurs en de gewone man niet nog meer te provoceren verbiedt de Partij het vertoon van onbeschaamde luxe. Daarom worden accounts van influencers die hun weelde showen, offline gehaald. En worden partijmensen die het zuipen niet kunnen laten, tot de orde geroepen.
Jan van der Putten is schrijver en journalist. Hij was onder meer correspondent in China. Zijn laatste boek is Tijd van illusies: Mijn kleine geschiedenis van de wereld, verschenen bij Querido Facto.
